Archive | November 2013

Mazelen statistieken (I) – Is 1 op de 5 niet-inenters een ‘refo’?

Achtergrond

In Juli dit jaar publiceerde de Volkskrant een artikel met de kop ‘Geen Bijbel, toch mazelen‘. Hierin stelt de auteur onder andere:

Het is verleidelijk om te denken dat het weigeren van vaccinaties vooral leeft onder gereformeerden. Cijfers van het RIVM tonen echter een ander beeld. De vaccinatiegraad in Nederland is 95 procent: van elke 100 Nederlanders zijn er circa 95 gevaccineerd en 5 niet. Van die vijf weigert slechts één inentingen vanwege zijn godsdienst.

In een recente academische publicatie wordt dit cijfer nog lager geschat, op slechts 15%. De berekening voor deze schatting is volgens het RIVM als volgt: bevindelijk gereformeerden vormen zo’n 1.5% van de totale bevolking. Hiervan is circa 40% niet ingeënt, oftewel 0.6% van totale bevolking. De BMR vaccinatiegraad (basisimmuun) is circa 96%. Hieruit volgt dat de bevindelijk gereformeerde niet-inenters 15% (0.6/4) uitmaken van het totaal aantal niet-inenters.

Appels, peren, sinaasappels?

Een (potentieel) probleem in bovenstaande berekening  is dat percentages gecombineerd worden voor verschillende leeftijdgroepen:

  • 1.5% betreft het geschatte percentage bevindelijk gereformeerden van alle leeftijden, t.o.v. Nederlandse bevolking, dus ook diegenen die geboren zijn voor de introductie van het Rijksvaccinatieprogramma in 1957
  • 40% is het percentage niet-ingeënte bevindelijk gereformeerden van de bevindelijk gereformeerden die geboren werden na de introductie van het Rijksvaccinatieprogramma in 1957 (zie pg. 49-50 proefschrift Helma Ruijs)
  • 96% betreft de BMR vaccinatiegraad (basisimmuun) voor alle 2-jarigen

Impliciet wordt aangenomen dat bevindelijk gereformeerden in elke leeftijdsgroep 1.5% uitmaken van de totale bevolking en dat er binnen de bevindelijk gereformeerden geen verschil in vaccinatiegraad is voor verschillende leeftijdgroepen. Het eerste is sowieso onwaarschijnlijk omdat de gezinsgrootte onder bevindelijk gereformeerden gemiddeld hoger is dan onder de rest van Nederland (zie pg. 83 in dit rapport).¹ Onderzoek uitgevoerd door GGD Zuid-Holland Zuid liet bovendien zien dat bìnnen de bevindelijk gereformeerden de gezinsgrootte samenhangt met de vaccinatiegraad (DKTP); hoe groter het gezin, hoe vaker (alle) kinderen niet waren gevaccineerd. Het gemiddeld aantal kinderen in gezinnen van bevindelijk gereformeerde ouders die vaccinaties weigerden was dan ook aanzienlijk hoger dan het gemiddelde.

Doel

Ik wil in deze blogpost evalueren of het analyseren van de equivalente (geschatte) cijfers voor één specifieke, relevante leeftijdsgroep leidt tot een antwoord in dezelfde orde van grootte als de hierboven gegeven schattingen. Ik ben zelf wetenschapper maar niet werkzaam in de medische sector en heb geen toegang tot zeer specifieke databases zoals het vaccinatieregister en zal dus vooral gebruik maken van open data en daarnaast bepaalde aannames moeten maken.  Ik hoop door middel van feedback wat betreft de aannames te kunnen concluderen of het uiteindelijke antwoord betrouwbaar is.

In ‘Mazelen statistieken (II)‘ zal ik de claim dat antroposofen de grootste groep niet-inenters vormen, zoals in Trouw is beweerd, onder de loep nemen. Dit stuk is daarvoor een noodzakelijke voorloper.

Basisschool leerlingen

Om een juiste schatting te kunnen maken is het dus zaak om cijfers te combineren die betrekking hebben op dezelfde leeftijdsgroep. De uitkomst is daarmee strikt gezien ook alleen geldig voor deze leeftijdsgroep. Met grote mazelen uitbraken onder de bevindelijk gereformeerden om de 7-11 jaar vormen basisschool leerlingen (4-12 jaar) een relevante groep aangezien binnen bevindelijk gereformeerden van deze leeftijdgroep de seroprevalentie het laagst ligt (zie Figuur 3 in Mollema et al. 2013) en basisscholen daarmee een ideale omgeving (hoge ‘attack rate‘) verschaffen voor verspreiding van besmettelijke ziektes zoals mazelen. De kans dat niet-ingeënte bevindelijk gereformeerden ouder dan 15 jaar inmiddels mazelen hebben doorgemaakt is relatief groot. Wat betreft het doel om mazelen op termijn uit te roeien zijn deze personen dan ook niet meer relevant en dient hun aanwezigheid in de berekening slechts academisch belang.

Het aantal niet-ingeënte basisschool leerlingen kan berekend worden op basis van het totaal aantal basisschool leerlingen en de landelijke BMR vaccinatiegraad (basisimmuun) op 2 en 10-jarige leeftijd en het aantal bevindelijk gereformeerde basisschool leerlingen kan geschat worden gebaseerd op het aantal leerlingen op reformatorische scholen.

In 2012 gingen er volgens DUO 1571374 kinderen naar school (basis onderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs) terwijl het equivalente aantal leerlingen op reformatorische scholen 39542 betrof (bron: vestigingen en leerlingaantallen via ‘Passend Onderwijs‘).² Het percentage reformatorische basisschool leerlingen van het totaal aantal basisschool leerlingen is dan 2.5%, één procent meer dus dan de schatting van het percentage van bevindelijk gereformeerden van de totale bevolking.

Reformatorische basisschool leerlingen, allemaal bevindelijk gereformeerd?

Als het percentage bevindelijk gereformeerden t.o.v. het totaal daarentegen ook voor de basisschool leerlingen 1.5% zou betreffen dan zouden van de 39542 leerlingen op reformatorische scholen er slechts ~23571 (60%) onder de bevindelijk gereformeerden gerekend mogen worden. Dat het aantal leerlingen op reformatorische scholen een overschatting is van het aantal bevindelijk gereformeerden klinkt niet onaannemelijk maar zo’n groot percentage is mijns inziens zeer onwaarschijnlijk.

De vraag is dus in hoeverre het aantal kinderen op reformatorische scholen een overschatting betreft van het aantal kinderen binnen de bevindelijk gereformeerde kerkgenootschappen zoals geanalyseerd door Helma Ruijs (zie onderstaande tabel uit de brochure ‘Vaccinaties in de reformatorische gezindte‘).

Ruijs tabel

Ik neem hier aan dat alle bevindelijk gereformeerde ouders hun kinderen sowieso naar een reformatorische school sturen. Er zijn reformatorische scholen met een zeer strak toelatingsbeleid waar alle leerlingen tot de bevindelijk gereformeerden horen. Echter, zo’n 20% van de 166 reformatorische basisscholen aangesloten bij de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs heeft een open toelatingsbeleid en kunnen dus daarnaast leerlingen aannemen die niet tot de bevindelijk gereformeerden behoren op voorwaarde dat de grondslag van de school wordt gerespecteerd. Om de identiteit van de school ook in de toekomst te kunnen waarborgen zal in het toelatingsbeleid van deze scholen wellicht zijn vastgelegd dat het percentage ‘andersdenkenden’ niet boven een bepaalde drempel uit mag komen. Ik heb hier geen cijfers over kunnen vinden en neem hier aan dat het percentage leerlingen op reformatorische basisscholen dat niet tot de bevindelijk gereformeerden behoort 1% – 10% van het totaal is.

BMR vaccinatiegraad (basisimmuun) onder bevindelijk gereformeerden

Binnen de bevindelijk gereformeerden is volgens de meest recente schatting gemiddeld zo’n 61% ingeënt (bron: proefschrift Helma Ruijs) maar dit kan lokaal zeer veel verschillen afhankelijk van de verdeling over kerkgenootschappen. Dit cijfer is representatief voor steekproeven uit twee leeftijdsgroepen (!): het gemiddelde over alle leeftijden sinds de introductie van vaccinaties in Nederland en jongeren tussen 16 en 23. Resultaten van een recent gepubliceerde studie suggereren dat dit percentage niet (veel) hoger ligt voor basisschool leerlingen. De seroprevalentie in basisschool leerlingen uit kerkgenootschappen met een zeer lage (<25%) tot lage (50-75%) vaccinatiegraad (samen zo’n 80% vormend van alle bevindelijk gereformeerden) die geboren waren na de laatste grote mazelen uitbraak varieerde tussen de 35 en 50% (zie Figuur 3 in Mollema et al. 2013), gelijkwaardig aan de geschatte gemiddelde vaccinatiegraad voor deze groepen (~39%) door Helma Ruijs.

Aan de andere kant daalt het aantal gemeentes met een vaccinatiegraad onder de 90% (in de meeste hiervan wonen relatief veel bevindelijk gereformeerden) gestaag (Handboek vaccinaties (2011), RIVM), wat suggereert dat de vaccinatiegraad onder jonge bevindelijk gereformeerden hoger zou kunnen zijn dan onder oudere bevindelijk gereformeerden. Uitgaande van een vaccinatiegraad tussen de 60% – 70% ligt het aantal niet-ingeënte basisschool leerlingen binnen de bevindelijk gereformeerden in 2012 dus ergens tussen de 10676 en 15659 (zie onderstaande tabel).

Geschatte BMR vaccinatiegraad (basisimmuun) van bevindelijk gereformeerde basisschool leerlingen

60%

70%

% niet bevindelijk gereformeerde leerlingen op reformatorische basisscholen 1%

0.4*0.99*39542 = 15659

0.3*0.99*39542 = 11744

10%

0.4*0.90*39542 = 14235

0.3*0.90*39542 = 10676

BMR vaccinatiegraad (basisimmuun) onder basisschool leerlingen

Als ‘niet ingeënten’ beschouw ik alleen die kinderen die geen (van beide) BMR vaccinaties hebben gekregen. Ook de huidige mazelen epidemie laat duidelijk zien dat het risico op besmetting in deze groep mits de ziekte niet al is doorgemaakt, veel groter is dan in de groep die alleen de eerste BMR vaccinatie heeft gekregen. De BMR vaccinatiegraad voor 10-jarigen (volledig afgesloten) zal hier dus niet aan bod komen. Voor 2-jarigen is de BMR vaccinatiegraad (basisimmuun) ~96% maar dit stijgt naar ~97.5% voor 10-jarigen (zie Tabel 3b in dit RIVM rapport). Preciese cijfers van de tijdigheid van vaccinaties zijn beschikbaar via het Praeventis systeem maar deze zijn niet publiek beschikbaar. Onderzoek in Schotland (zie onderstaande figuur) en Zweden liet zien dat in de meeste gevallen de uitgestelde BMR-1 vaccinatie ingehaald is wanneer deze kinderen 4 jaar zijn.


MMR-1 Vaccine uptake with age in Scotland

Ik neem hierbij aan dat dit ook voor Nederland geldt en dat de gemiddelde BMR vaccinatiegraad (basisimmuun) van Nederlandse basisschoolleerlingen ~97% is. Het totale aantal niet tegen [Bof, Mazelen en Rode Hond] ingeënte basisschool leerlingen wordt daarmee 0.03*1571374 = 47141.

Conclusie

Op basis van bovenstaande aannames / schattingen vormen niet ingeënte basisschool leerlingen van bevindelijk gereformeerde ouders tussen de 23% en 33% van het totaal (zie onderstaande tabel).

Geschatte BMR vaccinatiegraad (basisimmuun) van bevindelijk gereformeerde basisschool leerlingen

60%

70%

% niet bevindelijk gereformeerde leerlingen op reformatorische basisscholen 1%

15659 / 47141 = 0.33

1 op 3

11744 / 47141 = 0.25

1 op 4

10%

14235 / 47141 = 0.30

1 op 3

10676 / 47141 = 0.23

1 op 4

Aanvullende opmerkingen:

  1. Om de vraag ‘Is 1 op de 5 niet-inenters een refo?’ te kunnen beantwoorden moet eerst duidelijk zijn om welke leeftijdgroep het gaat en moeten de cijfers waarvan gebruik gemaakt wordt om de vraag te beantwoorden van toepassing zijn voor deze leeftijdsgroep
  2. De conclusie dat bevindelijk gereformeerde niet-inenters een minderheid vormen van het totaal aantal niet-inenters geldt ook voor de m.i. meest relevante leeftijdgroep (basisschool leerlingen).
  3. Mijns inziens zou niet het feit dat  bevindelijk gereformeerden slechts een minderheid (≤33%) uitmaken van de groep niet-inenters als hoofdnieuws beschouwd (en gepubliceerd) moeten worden maar het feit dat juist in deze minderheid meer dan 90% van de niet-gevaccineerde mazelen gevallen plaats vond. Dit vormt namelijk hèt bewijs voor groepsimmuniteit (‘herd immunity’), een proces dat door prominente (niet-religieuze) vaccinatie weigeraars ontkend wordt te werken voor immuniteit verkregen door vaccinaties.
  4. Zonder de sterk sociaal-geografische clustering van niet-inentende bevindelijk gereformeerden zouden grote mazelen uitbraken (>250) hoogst waarschijnlijk niet, of zeer zelden voorkomen in Nederland. Ondanks de absolute minderheid (~1.5% van totale bevolking, ≤33% van niet-inenters) lijken bevindelijk gereformeerden daarmee voor Nederland de belangrijkste barrière te vormen voor het WHO doel om mazelen uit te roeien in de Europese regio per 2015. Tegelijkertijd moet echter de vraag gesteld worden in hoeverre de sporadisch grote mazelen uitbraken onder bevindelijk gereformeerden met de daarmee gepaard gaande complicaties en sterfgevallen de landelijke vaccinatiegraad hoog houdt. Zonder deze periodieke bewustwording zou de onjuiste perceptie van mazelen als ‘onschuldige kinderziekte’ wellicht (sterker) aan aanhang winnen over tijd.
  5. Beperkte kennis van zaken en vooroordelen vormen grotere barrières voor het trekken van accurate conclusies dan beperkte data beschikbaarheid. Waar beperkte data beschikbaarheid vooral zou moeten resulteren in lage precisie is de kans op lage nauwkeurigheid het grootst door de eerst genoemde factoren. De stelligheid waarmee misinformatie (desinformatie?) over vaccinaties door anti-inenters met evident beperkte kennis van zaken wordt verspreid is stuitend. Ik hoop dat ik hier zelf niet aan ten prooi ben gevallen. Ik zal dit stuk dan ook aanpassen als blijkt dat mijn aannames niet kloppen.

Voetnoten

¹ Gebaseerd op verschillen in gezinsgrootte, en met de bevindelijk gereformeerden als zeer specifieke doelgroep, lanceerde Renault een paar jaar geleden een zeer succesvolle marketing campagne rond “grote gezins auto’s” zoals de Espace / Grand Scenic.

² De reden om geen gebruik te maken van de cijfers per denominatie in de data van DUO is omdat de denominatie van scholen zeer vaak fout is aangegeven. Zo worden ten minste een aantal antroposofische en heel veel reformatorische scholen niet als zodanig aangemerkt. Dit leidt voor 2012 tot een onderschatting van maar liefst 24483 reformatorische basisschoolleerlingen (meer dan 60%)! Voorbeeld: de Graaf Jan van Nassauschool in Gouda (bevoegd gezag nummer 34919), een reformatorische school met een strak toelatingsbeleid (zie link in bovenstaande tekst), staat in de DUO dataset aangegeven als ‘protestants christelijk’. De onderschatting van het aantal reformatorische basisschool leerlingen op basis van onjuiste denominatie van scholen is ook zichtbaar in dit nieuwsbericht van de Algemene Onderwijsbond (Aob).

Advertisements